ZLF-LogoCMYK-300dpi

Nieuws bijstand

 

Papieren inkomen
Ingaande 1 januari 2017 is de Uitvoeringsregeling Loonbelasting (URLB) 2011 aangepast. Hierdoor is een oplossing gekomen voor de problemen rondom het ‘papieren inkomen’¹, Deze aanpassing regelt, dat de Bbz-uitkering, die is omgezet in bijstand ‘om niet’, geen onderdeel meer is van het toetsingsinkomen voor toeslagen en geen effect heeft op andere inkomensafhankelijke regelingen.

Deze aanpassing in de URLB 2011 biedt echter geen oplossing voor de gevallen waarbij de bijstand vóór 2017 definitief is vastgesteld.
Klik hier om naar 'Veel gestelde vragen (FAQ) te gaan en lees de tekst onder de vragen:
- Ik heb in 2015 een uitkering van het ZLF ontvangen. Krijg ik hiervan nog een jaaropgave? en
- Waarom heb ik een jaaropgave 2016 ontvangen? Ik heb in 2016 helemaal geen uitkering ontvangen?

¹   De uitkering levensonderhoud op grond van het Bbz 2004 wordt allereerst verstrekt in de vorm van een renteloze geldlening. Na afloop van het boekjaar waarin de uitkering is verstrekt, wordt mede aan de hand van het overig inkomen van de ondernemer, de hoogte van de uitkering door de gemeente definitief vastgesteld. Als uit de definitieve berekening blijkt dat er recht op bijstand bestaat, is deze pas belast (bijstand ‘om-niet’) en wordt een jaaropgave verstrekt van het kalenderjaar waarin deze berekening is gemaakt. Dus niet het jaar waarin de ‘voorlopige’ bijstand is betaald. Deze bijstand ‘om niet’ wordt aangeduid als het zogenaamde ‘papieren inkomen’.

 Wet werk en bijstand / Participatiewet

Wijzigingen in de Wet werk en bijstand ingaande 2015
Vanaf 1 januari 2015 heet de Wet werk en bijstand (WWB) de Participatiewet. En niet alleen de naam verandert. Iedereen die op 31 december 2014 een uitkering ontvangt en daar in 2015 ook recht op heeft, kan met de wijzigingen te maken krijgen.
 
De belangrijkste wijzigingen in 2015 in relatie met het Bbz 2004
Wat verandert er:
• De uitkering voor alleenstaande ouders.
• De kostendelersnorm.
 
Wijziging hoogte Bbz-uitkering voor de alleenstaande ouder ingaande 1 januari 2015
Bij de hoogte van de Bbz-uitkering houden wij bij de alleenstaande ouder rekening met de zorg voor kinderen. Vanaf 1 januari 2015 verandert dit, omdat het kindgebonden budget per 1 januari 2015 extra omhoog gaat. Als u daar recht op hebt, krijgt u dus meer kindgebonden budget. Maar: er gaat meer van uw uitkering af dan dat uw kindgebonden budget omhoog gaat. U hebt dus vanaf januari 2015 recht op een lagere uitkering dan waar u nu recht op hebt.

Indien u nu aanmerking komt voor kindgebonden budget, hoeft u niets te doen. In december hoort u van de Belastingdienst/Toeslagen hoe hoog uw kindgebonden budget vanaf januari 2015 zal zijn. Als u nu geen kindgebonden budget ontvangt, kunt u zelf nagaan op www.toeslagen.nl of u hierop recht hebt. Wanneer u recht hebt op kindgebonden budget, moet u het zelf aanvragen.

Meer informatie over de nieuwe regels voor ouders vindt u op www.rijksoverheid.nl/kindregelingen.

De kostendelersnorm
Wat is de kostendelersnorm?
Kort gezegd betekent de kostendelersnorm dat als u een woning deelt met meer volwassenen, uw bijstandsuitkering daarop wordt aangepast. Het maakt niet uit wat zij verdienen of vermogen hebben. Hoe meer personen van 21 jaar of ouder in uw woning, hoe lager uw bijstandsuitkering. De reden hiervoor is dat als er meer personen in één woning wonen, zij de woonkosten kunnen delen. Vandaar de kostendelersnorm. Voor de kostendelersnorm maakt het niet uit of u getrouwd bent en of u familie bent van elkaar, alleenstaande ouder bent of alleenstaande. Het maakt ook niet uit waarom u samen een woning deelt. De voordelen van woningdelen staan los van de redenen waarom u samenwoont.
Wie telt er niet mee voor de kostendelersnorm?
• jongeren tot 21 jaar;
• studenten die een studie volgen die recht kan geven op studiefinanciering (Wsf 2000);
• leerlingen die de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) volgen;
• meerderjarige leerlingen die onderwijs volgen dat recht geeft op Wet tegemoetkoming onderwijskosten schoolgaande kinderen (Wtos);
• kamerhuurders en kostgangers die een normale (commerciële) prijs betalen voor de kamer en/of de kost en inwoning.
Hoe werkt de kostendelersnorm?
In onderstaande tabel ziet u de hoogte van de bijstandsuitkering in percentages per huishoudtype.

Huishouden  

Bijstandsnorm per persoon

Totale bijstandsnorm als alle personen bijstand ontvangen

Eénpersoonshuishouden

70%

70%

Tweepersoonshuishouden

50%

100%

Driepersoonshuishouden

43 1/3 %

130%

Vierpersoonshuishouden

40%

160%

Vijfpersoonshuishouden

38%/p>

190%

Hierbij staat 100% voor de maximale bijstandsuitkering (gehuwdennorm). Dus bij een huishouden met vier meetellende personen krijgt elke persoon die recht heeft op een bijstandsuitkering een uitkering van maximaal 40% van de gehuwdennorm. Bovenstaande tabel stopt bij een vijfpersoonshuishouden, maar de kostendelersnorm geldt ook voor huishoudens met nog meer personen.

Hoe zit het met jongeren tot 21 jaar?
Jongeren tot 21 jaar vallen niet onder de kostendelersnorm. De uitkering van een 18-, 19- of 20-jarige wordt niet volgens de kostendelersnorm berekend. Ook niet als deze jongere bij zijn ouders inwoont. Voor hem of haar verandert er niets.
Wanneer gaat de kostendelersnorm in / overgangsrecht?
De kostendelersnorm is geregeld in de Participatiewet. Die gaat op 1 januari 2015 in. Voor mensen die (opnieuw) een bijstandsuitkering aanvragen na 1 januari 2015 zal de kostendelersnorm direct gelden. Als u op 31 december 2014 een bijstandsuitkering ontvangt en op die dag met anderen een woning deelt en de uitkering ook in 2015 ontvangt, valt u onder het overgangsrecht. Dit overgangsrecht loopt tot 1 juli 2015.
Hulp, advies en coaching voor ondernemers die wonen in de provincie Flevoland

Gegevens